2017 - Els van Mourik

Tijdens het Famillement in Leeuwarden op 3 juni 2018 is door de voorzitter van de jury van de Nederlandse Prijs voor Genealogie, Léon van der Hoeven, deze prijs uitgereikt aan Els van Mourik voor haar publicatie:
Els van MourikDe nakomelingen van Aernt Ram en zeven Jutphase kastelen, 2017.

Léon van der Hoeven reikt de oorkonde uit aan Els van Mourik
Foto: Mary van Mourik
Het juryrapport:
Nederlandse Prijs voor Genealogie 2016-2017
De jury was aangenaam verrast door het grote aantal inzendingen en voordrachten van kandidaten door anderen dan de auteur zelf. Het gemiddelde niveau van de inzendingen was hoog. Migratie bleek in de afgelopen tien jaar voor veel onderzoekers een belangrijk thema. Het betrof dan voorouders die in het verleden naar Nederland trokken of voorouders die oorspronkelijk uit Nederland kwamen. Voor nazaten bleek onderzoek naar hen en het publiceren daarover een dynamisch gebeuren dat meerkleurige resultaten opleverde. Deze keer kwamen ook de nieuwe media en een familieroman aan bod.

Het is nu de 10de maal dat de jury de Prijs gaat uitreiken. Terugziend is dat thema migratie in verschillende vormen meerdere malen aan de orde geweest: een familie van Hindoestaanse contractarbeiders in de toenmalige Nederlandse kolonie Suriname, Maleisiërs met 17e en 18e-eeuwse voorouders, een Hollandse schoolmeester in het 19e-eeuwse Transvaal, en in woonwagens rondreizende voorouders. De min of meer ongerepte onderzoeksvelden spraken de jury aan, naast uiteraard aanpak en uitwerking van het onderzoek.
Maar ook werd het minutieus uitzoeken van een bepaalde familie bekroond, het uitpluizen van een in het ongerede geraakte bron en de historische aspecten van een eeuwenoude straat en haar bewoners. Ook in archieven met betrekking tot bewoners van gebieden binnen Nederland is nog veel te ontginnen.

De publicatie die de jury uit de inzendingen heeft gekozen behoort tot de laatste categorie. Het gaat om het bijna 100 pagina’s tellende artikel De nakomelingen van Aernt Ram en zeven Jutphase kastelen, dat in 2017 verscheen in het zevende deel van de reeks Utrechtse Parentelen, uitgegeven door de Hollandse Vereniging voor Genealogie ‘Ons Voorgeslacht’. Wat begon als een onderzoek naar voorvader Gerrit Noordeloos, die in 1735 in bezit kwam van het huis Stormerdijk is uitgemond in een schitterende publicatie over de kastelen van Jutphaas en haar eigenaren, die vaak onderling aan elkaar verwant bleken te zijn. De parenteel, een overzicht van alle mannelijke en vrouwelijke nazaten van een echtpaar, begint met de Utrechtse stadsbestuurder Aernt Ram en zijn vrouw Agatha van Hove, die rond 1500 leefden. Het is absoluut geen saaie opsomming van namen geworden, maar een levendig verhaal over het geslacht Ram en zijn nazaten. De winnaar heeft bijzondere details boven water weten te krijgen. Dat zij daarbij de hulp van andere onderzoekers, verbonden aan het project Utrechtse Parentelen, heeft gehad doet daaraan niets af. Het project is juist een exemplarisch voorbeeld van de meerwaarde van samenwerken.
Tussen twee haakjes: de reeks Utrechtse Parentelen is een meer dan verdienstelijke reeks van buitengewoon hoog niveau, die een voorbeeld mag zijn voor anderen. Alle lof voor dit project!
Om de lezer wegwijs te maken in de soms complexe overgang van eigenaren van het goed  Stormerdijk zijn twee tabellen opgenomen. Aan de hand van vier geneagrammen maakt de schrijfster de familieverhoudingen in de parenteel inzichtelijk. De parenteel is verluchtigd met maar liefst 21 kaders. De jury is van mening dat de verbinding die zij legt tussen de genealogie enerzijds en de lokale geschiedenis anderzijds navolging verdient. Bij een goed genealogisch onderzoek is kennis van de plaatselijke omstandigheden onontbeerlijk.
Een van de centrale en steeds terugkerende thema’s in het artikel is de ridderhofstad. Dat begint al op de eerste pagina met het kader ‘Het handschrift ‘Vrij en ridderhofsteden’’. In ‘De kwestie ridderhofstad’ legt de onderzoeker helder uit wat dit begrip inhoudt en wat de status ervan is. Het bezit van een ridderhofstad gaf de eigenaar toegang tot de Utrechtse ridderschap, vandaar het belang. Het vaststellen of een bepaald goed een ridderhofstad was, was niet altijd onomstreden. In haar artikel analyseert zij of huizen als Plettenburg, Stormerdijk en Vronestein dat inderdaad zijn of zijn geweest. De publicatie reikt hiermee verder dan genealogie en is daarmee ook van belang voor historici. Dat vindt de jury prijzenswaardig.

Wat betreft de andere kaders, wie wil nu niet het fijne weten over ‘een lang en venijnig hekeldicht’, ‘17de-eeuwse huismiddeltjes’ , ‘acht kloosterjuffrouwen beboet’ en ‘de verborgen relikwiëen van de St. Servaasabdij’. In de parenteel komen veel Utrechtse stadbestuurders voor. In het kleinste lemma ‘Het Utrechtse stadsbestuur’ is in kort bestek weergeven hoe dat functioneerde.

De winnaar heeft erg veel energie gestoken in het terugvinden van de originele bronnen en teksten en schroomt ook niet om aan te geven als zij zaken niet met zekerheid heeft kunnen vaststellen. Zo reflecteert zij in het lemma ‘Vraagtekens, discrepanties en vergissingen’ omtrent 'Dichtung und Wahrheit' met betrekking tot Adriaen de Wael van Vronesteyn en zijn vrouw. Het artikel is verder voorzien van een zeer uitgebreid notenapparaat dat de 1000  overstijgt, om nog maar eens aan te geven dat alle moeite is genomen om bronnen te achterhalen.

Slotsom
Kortom het doet de jury deugd dat zij een dergelijke publicatie mag bekronen. De jury is onder de indruk van de gedegen analyse van het bezit van eigenaren van Stormerdijk, het diepgravend onderzoek, de heldere uitleg van begrippen en de link die gelegd wordt tussen genealogie en de lokaal-historische geschiedenis. Wij hopen dat deze eerste publicatie van de auteur het begin is van een reeks klassiekers!